1. Veiligheid algemeen
Iedereen is verantwoordelijk voor veiligheid. Zorg voor je collega alsof hij of zij familie is; we houden elkaar veilig.
Breng jezelf en/of collega’s niet in gevaar.
Let op de veiligheid van jezelf en van collega’s. Spreek elkaar aan wanneer je ziet dat iemand onveilig werkt.
Let op: Life-Saving Rules (Gouden Regels)
Binnen NLB en in de gehele petrochemische industrie gelden strikte 'Life-Saving Rules' ofwel 'Gouden Regels'. Voor deze specifieke regels geldt een absoluut Zero Tolerance beleid. Het niet naleven van een Gouden Regel leidt tot onmiddellijke verwijdering van de werkplek en mogelijke beëindiging van het dienstverband. Waar deze regels van toepassing zijn, vindt u in dit document de markering Gouden Regel.
2. Beveiligingen omzeilen
Gouden Regel Zorg dat je toestemming hebt voordat je kritische beveiligingen opheft of uitschakelt.
Ik begrijp en pas veiligheidskritische apparatuur en procedures toe die van toepassing zijn op mijn taak:
Ik vraag eerst toestemming voordat ik beveiligingen uitschakel of omzeil.
Ik vraag toestemming voordat ik van procedures afwijk of een barrière passeer.
3. Betreden terrein klanten
Voordat u het terrein van onze klanten betreedt om werkzaamheden uit te voeren, dient u eerst de veiligheidsfilm van de betreffende klant gezien te hebben. Hierdoor bent u op de hoogte van de specifieke basisveiligheidseisen die op die locatie gelden.
3. Onveilige werkplek / situatie
Een onveilige werkplek of situatie dient direct gemeld te worden bij uw leidinggevende.
U dient alle (huis)regels van de klant en NLB te volgen.
Volg de voorwaarden van de werkvergunning strikt op en zorg dat u deze inhoudelijk goed kent.
Controleer machines en werktuigen voor aanvang van de werkzaamheden op gebreken. Zijn ze gekeurd? Keuringsstickers (zoals NEN-3140 voor elektrisch materieel) dienen duidelijk aanwezig te zijn op de machines. 
Gebruik machines uitsluitend voor het doel waarvoor ze ontworpen zijn.
4. Werkvergunning
Gouden Regel Zorg voor een geldige vergunning wanneer dat vereist is. (Toestemming voor het werk)
De werkvergunning dient besproken te worden met alle betrokken medewerkers. Dit betekent dat iedereen op de hoogte moet zijn van de vergunningsvoorwaarden en ervoor zorgt dat deze worden nageleefd.
Zorg dat u weet wat de vergunning precies inhoudt.
De originele of een geldige kopie van de vergunning dient altijd fysiek op de werkplek aanwezig te zijn.
Beschouw de werkvergunning als een bindend veiligheidscontract tussen de klant en NLB.
5. LMRA (Last Minute Risk Analysis)
De LMRA is een essentieel onderdeel van de werkvoorbereiding en vaak gekoppeld aan de werkvergunning. Het is een korte, kritische risicobeoordeling direct op de werkplek, vlak voor de start. 
Beantwoord alle LMRA-vragen (vaak op een kaartje of formulier).
Bij een 'Nee' op één van de vragen: STOP direct met het werk! Ga niet verder tot de situatie veilig is.
Controleer uw werkvergunning en de daadwerkelijke werkomgeving.
Zijn alle gereedschappen en materialen in orde en gekeurd?
Zijn alle benodigde materialen en beveiligingsmiddelen op de werkplek aanwezig?
Ken ik de specifieke risico’s van mijn werkzaamheden en de directe werkomgeving?
Wanneer iets niet duidelijk is: VRAAG het aan uw leidinggevende of de toezichthouder!
8. Toolboxmeetings en instructies
Deelname aan veiligheidsinstructies en periodieke toolboxmeetings is verplicht. Hier worden belangrijke veiligheidsthema's, recente incidenten en nieuwe procedures besproken.
9. Alcohol, drugs en medicijnen
Werk nooit onder invloed van alcohol of drugs.
Het is streng verboden om alcohol en/of drugs bij u te hebben of onder invloed hiervan te verkeren op de werkplek.
Medicijnen: Gebruikt u medicijnen die uw prestaties of reactievermogen kunnen beïnvloeden (bijv. medicatie met een gele sticker)? Dit bent u verplicht vooraf te melden bij uw leidinggevende.
10. Certificaten en opleidingen
U dient in het bezit te zijn van geldige en vereiste certificaten voor specifieke taken, zoals VCA, het gebruik van een hoogwerker, vorkheftruck, of verreiker/Manitou.
Het niet in het bezit hebben, of het hebben van een verlopen certificaat, betekent een absoluut verbod op het bedienen van deze machines!
14. Werken op hoogte en valgevaar
Gouden Regel Bescherm jezelf altijd tegen valgevaar bij het werken op hoogte.
Werken op 2,5 meter of hoger (of lager indien de klant dit voorschrijft) geldt als werken op hoogte en brengt valgevaar met zich mee. 
Let op: specifieke klanten kunnen strengere normen hanteren (bijv. vanaf 1,8 meter of 2 meter).
De veiligheidsmaatregelen volgen de arbeidshygiënische strategie:
1. Bronaanpak: Probeer het valgevaar weg te nemen, bijvoorbeeld door werkzaamheden zoveel mogelijk vooraf op de begane grond uit te voeren.
2. Collectieve maatregelen: Als bronaanpak niet kan, gebruik dan collectieve valbeveiliging zoals steigers met degelijke relingen of dakrandbeveiliging.
3. Persoonlijke maatregelen: Pas als laatste redmiddel, wanneer voorgaande niet mogelijk is, gebruikt men een persoonlijk valharnas met de juiste vallijnen. 
Let op: Positioneer uw lichaam nooit tussen de leuningen/relingen door, zoals bij steigerwerken of in de werkbak van een hoogwerker. Leun niet over een reling.
15. Vaste steigers
Vaste steigers worden uitsluitend door een gecertificeerde, externe steigerbouwfirma opgebouwd, aangepast en gekeurd.
U mag zelf absoluut niets aan de steigerconstructie aanpassen of verwijderen (geen leuningen of planken weghalen).
Controleer voor betreden altijd de steigerkaart (Scaftag). Deze moet groen zijn, actueel afgetekend en de datum mag niet verlopen zijn. Een rode kaart betekent: Steiger NIET betreden.
Voer altijd een visuele controle uit voor u de steiger op gaat. Let op of de steiger correct geaard is.
Ga nooit op de leuningen staan en plaats geen extra trappen of kisten op de werkvloer om hoger te reiken. Vraag om een aanpassing van de steiger indien nodig.
Let op housekeeping (orde en netheid) op de steiger. Laat geen materiaal rondslingeren. 
Gebruik steigerladders altijd met twee handen vrij. Neem geen gereedschappen mee in de hand; gebruik een hijstouw of gereedschapstas aan een riem.
Boven windkracht 6 mogen steigers (en hoogwerkers) doorgaans niet meer gebruikt worden. Controleer de limieten.
16. Rolsteigers
Indien er gebruik gemaakt moet worden van een rolsteiger op het terrein van de klant, dient deze vaak opgebouwd te zijn door het eigen (huis)steigerbouwbedrijf van de klant.
Ook een rolsteiger moet voorzien zijn van een geldige keuring/Scaftag voor vrijgave.
17. Hijsen met Manitou / Verreiker
Gouden Regel Plan hefoperaties zorgvuldig en controleer het hefgebied. (Veilig mechanisch heffen)
Loop of sta nooit onder een hangende last! 
NLB beschikt over een eigen Manitou (verreiker) die op diverse projecten wordt ingezet.
U dient verplicht een TCVT-certificaat (Toezicht Certificatie Verticaal Transport) of gelijkwaardig erkend diploma te bezitten om met deze machine hijswerkzaamheden te mogen uitvoeren.
Hijswerkzaamheden bij klanten mogen uitsluitend worden uitgevoerd als er een specifieke werkvergunning inclusief hijsplan is opgesteld.
Het hijsgebied (onder en rondom de last en de giek) moet duidelijk worden afgezet.
Al het gebruikte hijsequipment (hijsbanden, kettingen, sluitingen) dient traceerbaar, in goede staat en aantoonbaar gekeurd te zijn (controleer de keuringskleur/sticker van het lopende jaar).
Gevarenzone (line of fire)
Gouden Regel Houd jezelf en anderen om je heen buiten de gevarenzone (line of fire).
Ik positioneer me op zodanige wijze dat ik uit de buurt blijf van bewegende objecten, voertuigen, vrijkomende druk en gevallen voorwerpen.
Ik stel barrières en uitsluitingszones in en houd me eraan.
Ik onderneem actie om losse voorwerpen veilig te stellen en meld mogelijk gevallen voorwerpen.
18. Brandveiligheid en Heet Werk
Gouden Regel Brandbare stoffen en ontstekingsbronnen controleren.
U werkt vaak in een brandgevaarlijke omgeving, zoals opslagfaciliteiten voor brandstoffen (petrochemie). 
Heet werk (lassen, slijpen, branden) vereist extreme oplettendheid en een specifieke heet-werkvergunning.
Het is STRENG VERBODEN om brandgevaarlijk of ontvlambaar materiaal in uw directe werkomgeving te hebben tijdens heet werk. 
Controleer uw omgeving hier vooraf (LMRA) op en verwijder brandbaar materiaal direct (minimaal 10 meter afstand).
In lastenten mag nooit karton of brandbaar plastic (zeil) aanwezig zijn.
Om op te liggen of de ondergrond te verzachten, gebruikt u uitsluitend speciaal daarvoor bestemde lederen laskussens of gecertificeerde las-/branddekens.
19. Incidenten, (bijna-)ongevallen en gevaarlijke situaties
Elk incident, ongeval, bijna-ongeval (near-miss) of het constateren van een gevaarlijke situatie dient u altijd direct te melden bij uw voorman en/of leidinggevende. Melden voorkomt dat het de volgende keer wél fout gaat.
20. Noodgevallen en Ontruiming
Bij een noodgeval (brand, ongeval, ontsnapping gevaarlijke stof) op het terrein van de klant, dient de controlekamer of meldkamer van de klant onmiddellijk geïnformeerd te worden. Gebruik hiervoor de bedrijfsportofoon.
Als er geen portofoon voorhanden is, gebruik dan een Ex-gecertificeerde (explosieveilige) telefoon (indien toegestaan in die zone) of meld het direct bij de dichtstbijzijnde operator.
Geef door: Wie u bent, wát er aan de hand is, wáár u zich exact bevindt en of/hoeveel slachtoffers er zijn.
Bij een ontruimingssignaal (sirene) stopt u direct met werken. Stel de werkplek (indien mogelijk in enkele seconden) veilig: schakel machines uit en sluit gasflessen.
Begeef u via de veilige vluchtroute (haaks op de windrichting, let op de windzakken!) naar de aangewezen verzamelplaats (Muster Point). 
Ga nooit op eigen initiatief naar huis of terug naar uw voertuig. Wacht op de verzamelplaats tot iedereen geteld is en u verdere instructies krijgt van de bedrijfshulpverlening (BHV).
21. Werkplaatsen (NLB)
Ook in de werkplaatsen dient u volledig beschermd te zijn en de verplichte PBM te dragen.
Houd de ruimte binnen en rondom de werkplaats zoveel mogelijk vrij van obstakels en schoon (housekeeping). 
Materialen die tijdelijk buiten worden opgeslagen, dienen gemarkeerd en afgezet te worden met pionnen of afzetlint.
22. Lassen en Lasrook
Bij het lassen (en in mindere mate snijden) komt lasrook vrij. Lasrook bevat schadelijke deeltjes en gassen die zeer schadelijk zijn voor de gezondheid en onder andere longziekten en kanker kunnen veroorzaken. Bescherm uzelf proactief:
Kies indien mogelijk een lasmethode die minder rook genereert, zoals TIG-lassen.
Zorg altijd voor een goede natuurlijke ventilatie.
Maak altijd gebruik van bronafzuiging (mobiele afzuigunits). Plaats de zuigmond zo dicht mogelijk (binnen 15-20 cm) bij het smeltbad.
Draag uw 'Airstream' lashelm (overdrukhelm met P3-filter of beter). 
Deze Airstream helm dient u zowel binnen in de werkplaats als buiten op locatie bij klanten consequent te gebruiken.
Controleer dagelijks de staat van de helm, het vizier, de slangen en de luchtaansluitingen.
Verwissel de filters regelmatig, conform de voorschriften van de fabrikant of zodra u merkt dat de luchtstroom afneemt.
23. Bescherming bij Heet Werk
Bij heet werk (slijpen, lassen) bent u verplicht vonkenafscherming toe te passen. Gebruik hiervoor onbeschadigde brandvertragende materialen zoals las- en branddekens.
Lastenten (habitats) dienen 100% in orde te zijn en opgebouwd uit goedgekeurd brandvertragend materiaal. Reparaties met regulier (brandbaar) plakband of touw zijn onacceptabel.
Beschadigingen aan dekens of tenten dienen direct gemeld en vervangen te worden.
Controleer nauwlettend of de werkomgeving volledig is afgeschermd. Let speciaal op open rioolputten, ventilatieopeningen van tanks en kieren waar vonken doorheen kunnen vallen. Bedek of sluit deze adequaat af.
24. Geluid en Gehoorbescherming
Bij een geluidsbelasting vanaf 80 dB(A) treedt er een risico op gehoorschade op; vanaf 85 dB(A) is het dragen van gehoorbescherming wettelijk verplicht. 
Vuistregel: Zodra het geluid zo hard is dat u uw stem moet verheffen om uzelf verstaanbaar te maken op 1 meter afstand, is gehoorbescherming noodzakelijk!
NLB streeft ernaar om geluidsarme machines in te zetten en werkmethoden te kiezen die de geluidsbelasting minimaliseren. Omdat dit niet altijd haalbaar is, is het correct dragen van goed passende, voldoende dempende gehoorbescherming cruciaal.
25. Gevaarlijke Stoffen
Tijdens uw werk kunt u in aanraking komen met gevaarlijke stoffen, zoals acetyleen, zuurstof, argon (verstikkend gas bij verdringing zuurstof) en diverse chemicaliën, smeer- of reinigingsmiddelen. 
Binnen de organisatie zijn voor al deze stoffen SDS (Safety Data Sheets) beschikbaar. Deze bladen bevatten essentiële veiligheidsinformatie.
Gevaarlijke stoffen kunnen het lichaam binnendringen via inademing (longen), inslikken (mond) of contact met de huid of ogen.
U bent verplicht de maatregelen uit het SDS op te volgen en de specifiek voorgeschreven PBM (zoals chemisch resistente handschoenen of een spuitmasker) te dragen.
NLB voert een actief vervangingsbeleid waarbij gestreefd wordt naar het vervangen van gevaarlijke stoffen door veiligere alternatieven. Het gebruik van kankerverwekkende (CMR) stoffen wordt vermeden of geminimaliseerd.
26. Pesten, Discriminatie en Ongewenste Intimiteiten
NLB tolereert geen enkele vorm van pesten, discriminatie of ongewenste intimiteiten op de werkvloer.
Ervaart u dit of bent u er getuige van? Meld dit dan direct binnen de organisatie, zodat er adequaat en vertrouwelijk maatregelen genomen kunnen worden. (Zie ook Vertrouwenspersoon).
27. Werken bij Warme Weersomstandigheden (Hittestress)
Werken onder warme omstandigheden en in de volle zon brengt aanzienlijke gezondheidsrisico's met zich mee, waaronder uitdroging, hittekrampen, hitte-uitputting en een potentieel dodelijke zonnesteek. Verlies van vocht en zouten moet tijdig worden gecompenseerd.
28. Richtlijnen bij Warm Weer:
Drink proactief en voldoende water (wacht niet tot u dorst heeft).
Probeer de werkzaamheden zoveel mogelijk in de schaduw uit te voeren. Creëer zelf schaduw door het opzetten van lasparasols of het gebruik van lastenten.
Plan in overleg met uw leidinggevende frequentere en kortere pauzes in de schaduw. Pas het werktempo aan op de hitte.
Overweeg (in overleg) aangepaste werktijden, zoals vroeger beginnen in de ochtend.
Let extra goed op collega's: herken symptomen van hittestress (verwarring, stoppen met zweten, extreme vermoeidheid) bij uzelf en anderen.
29. Richtlijnen bij Koude Weersomstandigheden:
Draag meerdere lagen isolerende kleding (laagjes-principe), maar zorg dat de buitenste laag brandvertragend (PBM) blijft indien de taak dit vereist.
Drink regelmatig warme dranken.
Probeer uit de wind te werken; de gevoelstemperatuur daalt drastisch door wind (windchill-factor). Creëer een windvrije werkplek door het opbouwen van een las- of werktent.
Houd elkaar in de gaten, pas op voor onderkoeling en let op gladheid door ijsvorming.
30. Beeldschermwerk
Langdurig beeldschermwerk (kantoor of controlekamer) kan leiden tot klachten aan armen, nek en schouders (CANS/RSI) en oogvermoeidheid.
Wissel beeldschermwerk af met andere taken.
Hanteer de richtlijn: na maximaal twee uur onafgebroken beeldschermwerk, minimaal 10 minuten pauze of ander werk doen.
Zorg voor een correct ingestelde werkplek (bureaustoel, beeldschermhoogte) ter bevordering van een goede werkhouding.
31. Communicatie en E-mail
Om verwarring en fouten te voorkomen (zeker bij gelijksoortige projecten op verschillende locaties), is het een strikte regel dat bij het e-mailen of communiceren met collega's altijd de projectnaam en het bijbehorende projectnummer in de aanhef of de onderwerpregel (Subject) worden vermeld.
32. Valbeveiliging en Valharnas (Aanvulling op pt. 14)
Als alle andere opties (bronaanpak, hekwerken) zijn uitgeput en u een valharnas moet dragen, let dan op de volgende regels: 
Het harnas en de lijnen moeten in onberispelijke staat verkeren en voorzien zijn van een leesbare, geldige keuringssticker of datum-label (jaarlijkse keuring is verplicht).
Vervuiling door verf, chemicaliën of lasspetters kan de sterkte van het weefsel ernstig aantasten. Zwaar vervuilde of beschadigde gordels mogen niet meer gebruikt worden en moeten worden ingeleverd.
Trek het harnas correct aan: de banden moeten goed aansluiten ("vast is vast"), maar niet knellen. Bij de beenlussen moet er ruimte zijn voor een platte hand. Controleer dat geen enkele band gedraaid zit.
Laat uw harnas altijd door een getrainde collega controleren na het aantrekken (de 'buddy-check').
Gebruik de juiste vallijnen, bij voorkeur een dubbele leeflijn met grote steigerhaken (Y-lijn), zodat u zich bij verplaatsing altijd 100% kunt zekeren (altijd één haak vastgeklikt). Klik de haken uitsluitend vast aan ankerpunten die sterk genoeg zijn.
33. Machineveiligheid en Lock Out Tag Out (LOTO)
Werken met en aan machines, aangedreven werktuigen en installaties brengt het risico op beknelling, snijwonden of elektrocutie met zich mee.
Gouden Regel Controleer voorafgaand aan het werk veiligstelling en nul energie. (Energievoorzieningen afschermen)
Machines moeten voorzien zijn van een CE-markering (Europese veiligheidsnorm) en een actuele NEN-3140 keuringssticker. 
Machines met fysieke gebreken, beschadigde snoeren of ontbrekende stekkers mogen niet worden gebruikt.
Neem de veiligheidsstickers op de machine serieus en draag de daarop aangegeven PBM.
Plaats een machine altijd op een veilige, stabiele ondergrond.
De noodstop(knop) moet voor aanvang van het werk getest worden op functionaliteit.
Beschermkappen en andere beveiligingsmiddelen op de machine (zoals een slijpkap) moeten aanwezig en in goede staat zijn. Het is ten strengste verboden deze uit te schakelen, te overbruggen of te verwijderen!
Reparaties: Voer zelf geen reparaties uit aan elektrische machines. Lever defecte apparatuur (voorzien van een storingssticker/label met omschrijving van het defect) in bij het magazijn. Het magazijn zorgt voor reparatie en een verplichte herkeuring.
LOTO (Lock Out Tag Out): Bij onderhoud of werkzaamheden in de gevarenzone van een machine, dient de energiebron (stroom, luchtdruk, hydrauliek) mechanisch vergrendeld te worden (Lock Out) en voorzien te worden van een waarschuwingslabel (Tag Out) door een bevoegd persoon.
34. Werken in een Besloten Ruimte (Confined Space)
Een besloten ruimte is een omgeving die niet ontworpen is voor continu menselijk verblijf, vaak een slechte toegang of uitgang heeft, en onvoldoende natuurlijke ventilatie bezit (bijv. opslagtanks, riolen, vaten, kruipruimten).
De risico's zijn extreem hoog: zuurstoftekort, explosiegevaar, ophoping van giftige gassen, beknelling en elektrocutie. 
Gouden Regel Zorg eerst voor toestemming voordat je een besloten ruimte betreedt.
Betreed een besloten ruimte NOOIT zonder een specifieke, goedgekeurde werkvergunning "Besloten Ruimte".
Voorwaarden voor betreden:
• Gas- en zuurstofmetingen (LEL, O2, toxisch) moeten vooraf en aantoonbaar door een bevoegd gasmeetkundige zijn uitgevoerd en vrijgegeven.
• Continue atmosfeermeting of een persoonlijke gasmeter is verplicht tijdens het werk in de ruimte.
• De ruimte moet fysiek en energetisch zijn veiliggesteld door de eigenaar middels de LOTO-procedure (stroomvrij, bewegende delen geblokkeerd).
• Leidingen en flenzen moeten fysiek zijn afgekoppeld of afgestoken met steekflenzen (blindering) om instroom van product, stikstof of gassen te voorkomen.
• Er moet altijd een gecertificeerde veiligheidswacht (mangatwacht) bij de ingang staan die de toegang registreert en continu communicatie onderhoudt met de personen binnen.
• Gebruik in verband met stroomgeleiding door stalen wanden uitsluitend veilige spanning (maximaal 50V wisselstroom of 120V gelijkstroom, oftewel veilige scheidingstrafo's). Bij voorkeur worden accugereedschap of perslucht aangedreven gereedschappen gebruikt.
• Zorg voor voldoende explosieveilige verlichting (ATEX).
• Ga nooit alleen in een besloten ruimte aan het werk.
35. Persoonlijke Gasmeters
Op petrochemische of industriële locaties is het dragen van een persoonlijke gasdetector vaak verplicht. 
U bent persoonlijk verantwoordelijk voor uw uitgereikte gasmeter. Draag deze hoog op de borst, zo dicht mogelijk bij uw ademzone (niet aan uw riem of onder uw kleding).
Lever de gasmeter aan het einde van de werkzaamheden in voor controle of opladen.
Bij alarm: Ongeacht welk alarm (laag of hoog) afgaat: staak direct alle werkzaamheden (vooral heet werk uitschakelen!), verlaat onmiddellijk de gevarenzone en meld u bij de veiligheidswacht, operator of uw leidinggevende.
36. EX-Zones (Explosiegevaarlijke gebieden)
Grote delen van plantterreinen zijn geclassificeerd als EX-zones (ATEX-zones) wegens de (mogelijke) aanwezigheid van een explosief gas- of stofmengsel. 
In deze zones is uitsluitend het gebruik van explosieveilig (ATEX-gecertificeerd) materieel, gereedschap en verlichting toegestaan.
Normaal elektrisch gereedschap en telefoons zijn verboden, tenzij er na gasmeting een expliciete uitzondering is gemaakt in de heet-werkvergunning, ondersteund door een specifieke TRA (Taak Risico Analyse).
37. Gereedschappen, Middelen en Magazijn
Gebruik gereedschap uitsluitend voor het doel waarvoor het is gemaakt. Sleutel niet met een tang en sla niet met een steeksleutel.
Controleer dagelijks visueel de staat van uw gereedschap. Zorg dat het gekeurd is waar vereist (hef- en hijsmiddelen, elektrisch).
Lever de gereedschapskist compleet en in goede staat in. Bij verwijtbaar verlies (incompleet) kunnen de kosten op u worden verhaald.
Lever defect materieel direct in bij het magazijn met vermelding van de klacht/het defect.
38. Magazijnuitgifte
Voor het afhalen, inleveren of ruilen van PBM, gereedschappen, machines of verbruiksartikelen wendt u zich tot de magazijnbeheerder (Marius Leonte). Hij helpt u verder en registreert de uitgifte.
39. Kantoorruimtes
Betreed de kantoorruimtes zo min mogelijk. Administratief personeel heeft concentratie nodig. Heeft u overleg of een korte vraag aan een leidinggevende of engineer, probeer dit dan buiten de kantoortuin te doen.
40. Eten, Drinken, Roken en Kantine
Gouden Regel Rook uitsluitend op de daarvoor expliciet aangewezen plaatsen.
Roken, eten en drinken is uitsluitend toegestaan in of op de daarvoor expliciet aangewezen plaatsen (rookzones en kantines). Eten op de werkplek in de fabriek is ten strengste verboden in verband met de inname van giftige stoffen via de handen of lucht.

De kantine is een rustplek om te eten en te drinken. Houd deze schoon uit respect voor uw collega's.
Ruim uw eigen rommel op, plaats vuile vaat in de vaatwasser en haal een doekje over uw tafel.
Hygiëne: Sterk vervuilde werkkleding of kleding met gevaarlijke stoffen (oliën, chemie) mag niet de kantine in. Doe deze kledingstukken uit voordat u binnenkomt.
41. Administratie: Urenbriefje
Vul wekelijks uw urenbriefje tijdig, correct en volledig in en lever dit in bij de bedrijfsleiding voor de verloning en projectadministratie.
42. Vertrouwenspersonen
Bij grensoverschrijdend gedrag, structurele onveilige situaties of persoonlijke problemen op de werkvloer die u niet met uw leidinggevende kunt of wilt bespreken, kunt u vertrouwelijk contact opnemen met een van de vertrouwenspersonen:
Stefanie Schulze (Regio Amsterdam)
Yasin Karaosmanoglu (Regio Zuidwest)
---
Document: Introductie Veiligheid NLB | Status: Actueel